Category – Leerkracht in de kijker

Een interview met Jean-François Declerck, directeur Brussels Education Center.

thumbnail_Foto JF E-zine

Kan je jezelf even voorstellen a.u.b.?

Ik heet Jean-François Declerck. Ik ben een typisch Belgisch compromis: Franstalige voornaam, Vlaamse familienaam. Mijn grootouders verhuisden op het einde van de 19de eeuw van Overijse naar Brussel en voedden hun kinderen uitsluitend in het Frans op. Ik ben de tweede, Franstalige generatie. Ik vind het jammer dat ik geen tweetalige opvoeding kreeg, want tweetalig zijn is een absolute troef. Ik ben dus een typisch NT2 product (lacht) van het CVO, ik spreek al 16 jaar goed en graag Nederlands.

Kan je ons iets vertellen over je carrière bij Brussels Education Center?

Ik ben 16 jaar geleden als leerkracht Frans begonnen. Nadien werkte ik deeltijds als adjunct personeelszaken en sinds maart 2016 ben ik directeur.

Waarom heb je besloten om directeur te worden, wat trok je aan in de functie?

Het algemeen beleid kunnen definiëren, rekening houdend met de socio-politieke context van Brussel en de rand. We leven in een multiculturele en diverse samenleving. Hoe kan het gesubsidieerd onderwijs daaraan tegemoetkomen? Ik wil ook het cursusaanbod kunnen aanpassen in functie van de prioriteiten van de cursisten, bijvoorbeeld door het organiseren van zomer- en zaterdagcursussen.

Wat zijn voor jou de grootste uitdagingen?

De drastische veranderingen in het Volwassenenonderwijs. We moeten de schaalvergroting en besparingen nakomen die door de overheid opgelegd worden, maar tegelijkertijd denk ik na over de leefbaarheid van ons centrum voor cursisten en personeel. Naast de kwantitatieve aspecten moeten we kwaliteitsvol onderwijs blijven aanbieden (zowel talen als cursussen voor volwassenen zonder diploma secundair).

Een andere uitdaging zijn de maatschappelijk veranderingen en de interculturele dialoog die meer dan ooit moet aangemoedigd worden in de klas maar ook bij het personeel.

Wat zijn de leukste aspecten aan de job?

Elke week is anders. Ik mis het lesgeven en het contact met de cursisten, maar ik apprecieer mijn flexibele rooster. Ik hou ook van het op zoek gaan naar vormen van samenwerking met externe partners. Zo werken we bijvoorbeeld samen met de VUB en ULB aan taalbeleid. De universiteiten worden geconfronteerd met meertalige cursisten die de voertaal beperkt beheersen. Wij kunnen een antwoord bieden.

Wat vind je leuk/interessant aan onze school als werkomgeving?

In tegenstelling tot privéscholen betalen onze cursisten relatief weinig omdat we door de overheid gefinancierd worden. Toch beantwoordt onze infrastructuur aan de nieuwste trends inzake ICT. Veel andere scholen zijn dan ook jaloers op onze infrastructuur (lacht).

Qua werkomgeving vind ik het fijn dat we onze hoofdzetel op de universiteit hebben: dit zorgt voor een duidelijke pluralistische invalshoek.

Welke accenten wil je leggen met je beleid?

Ik wil het gecombineerd onderwijs verder uitbouwen als onderwijssysteem voor mensen die werken en weinig tijd hebben.

Heb je een speciale boodschap voor onze cursisten?

In het onderwijs leer je een vak maar ook een attitude. Naast het aanleren van een métier is het gezien de culturele en sociale diversiteit heel belangrijk dat we los van de verschillen (gender, seksualiteit, religie, …) op zoek gaan naar onze gemeenschappelijke noemer. Wat kunnen we delen? ‘Pas seulement s’informer mais aussi se former’ (Pierre Hadot): (een nieuwe) vorm geven aan ons denkpatroon door het onderlinge contact aan te moedigen, los van om het even welke vorm van rokjesdenken.

Jean-François werd geïnterviewd op 4 oktober door Hans Harmen Smet

Afscheid van Babs

Babs

Vlakbij het het metrostation Delta staat een anoniem kantoorgebouw dat uitziet op een kruispunt van sporen, autosnelwegen en een bouwwerf.

De tweede verdieping van dat gebouw verbergt, helemaal in de hoek, naast de gang voor het toilet en half verborgen achter de koffie- en frisdrankapparaten, een deur zonder klink.

Wie de sleutel wist te bemachtigen, kon op zaterdagmiddagen, in die kamer Babs ontmoeten, genietend van het zonnetje dat er altijd binnenscheen, gezeten aan een gezellig houten tafeltje, omringd door dozen met kerstversiering en de volledige schoolstock aan kamerplanten die de berging het onthechte, surrealistische aspect gaven van een tropisch paradijsje met slingers, een amazonewoud met kerstballen, de ideale set voor een sketch.

Die vrolijke chaos vond ze best prettig, ze liet er schaterende lachsalvo’s klinken, at er met smaak een koude lunch en dook met frisse moed terug in een zaterdagnamiddagklasje Engels.

Nu is het berghok gesloten, de sleutel is verdwenen, het zonnetje schijnt er allicht doelloos op verstoffende guirlandes en verslensende sanseveria’s maar wie er op zaterdagmiddagen voorbij loopt aan de klinkloze deur met verborgen vrouwentongen,kan nog opschrikken: “ Ik zweer dat daar vrolijk werd gelachen.“

In naam van de collega’s (tekst: H-L Roosen)

Lerares NT2 Leen De Beuckelaere vertelt ons over haar natuurvakanties.

thumbnail_WP_20150623_002

Wat betekent voor jou een ‘ecovakantie’? En hoe ben je er toe gekomen om op een ecologische manier op vakantie te gaan?

Ik heb nooit gedacht: ik ga nu op ecovakantie, maar als ik erover nadenk besef ik dat ik meestal op een ecologische manier op vakantie ga.

Wat mijn vakanties vooral heel ecologisch maken, denk ik, is dat ik het vliegtuig niet neem (op een uitzondering na) en dat ik geen vlees noch vis eet, want dat is wat de meeste schade toebrengt aan de wereld.
Ik reis vaak met de trein of de bus, met blablacar, en ik heb ook verschillende fiets- en wandelvakanties achter de rug, waarbij ik vaak vanuit mijn woonplaats vertrokken ben. Ik ga soms eens couchsurfen of ik reserveer een airbnb maar meestal reis ik met een lightweight tentje, verblijf op campings of in de natuur, dus ik gebruik ook bijna geen elektriciteit of gas; en ik respecteer de natuur en de dieren, door ze niet op te eten, door geen afval achter te laten, door niet teveel lawaai te maken,…
Ik ben ook eens gaan woofen. Ik weet niet of dat onder een ecovakantie valt, maar je bent wel in de natuur, je doet vrijwilligerswerk en je leert over biolandbouw in de praktijk. 
Hoe lang doe je het al?
Al altijd (sinds ik volwassen ben).
Kom je vaak ‘gelijkgezinden’ tegen op vakantie?
Soms. Vooral wanneer ik ga wandelen, dan ontmoet ik ook soms mensen die alleen wandelen met hun tentje in hun rugzak, mensen die de aarde niet nog meer willen vervuilen, veganisten, idealisten, mensen die besloten hebben nooit meer een vliegtuig te nemen,… maar heel veel zijn het er niet, jammer genoeg ;-)
Maak je soms gebruik van organisaties, reisagentschappen, … ?
Nooit.
Wat was je mooiste vakantie?
Ik doe elke zomer iets anders, en dat op zich vind ik boeiend, die variatie.
Eén van de vakanties die ik heel mooi vond, was een fietsvakantie. Ik ben alleen met m’n tentje vanuit Brussel vertrokken, zonder specifieke kaarten, zonder tijdslimiet, wat een heel ontspannen gevoel geeft en toen ben ik door Nederland, langs de kusten van Duitsland (die volgde ik om m’n weg niet kwijt te raken), door Denemarken, via de kust van Zweden, met de boot naar Rostock en toen langs een bestaande fietsroute naar Berlijn gefietst. Ik weet niet of het mijn mooiste vakantie was, maar ik hield erg van het gevoel van vrijheid en avontuur, van de steeds wisselende landschappen die ik kon aanschouwen alsof ik naar een vertraagde film keek, van het 24 uur op 24 buiten zijn, de eenvoud…
Wat is je droomvakantie?
Een mogelijke droomvakantie zou zijn om met mijn partner, mijn hond en een ezel een lange wandeltocht te maken, van enkele maanden, door prachtige natuur.
Hoe kunnen volgens jou meer mensen overtuigd worden om op een bewuste en duurzame manier met vakantie te gaan?
Ik denk door bewust en duurzaam met zichzelf om te gaan, dan volgt de rest vanzelf.

 

Onze leerkrachten nemen jullie mee voor een culinaire wandeling langsheen hun favoriete restaurants in de hoofdstad.

Brussel_-_Greenwich_-_Interieur

Aux Armes de Bruxelles in de beroemde (zo niet beruchte!) Beenhouwersstraat 13 is een restaurant voor mensen met een wat grotere portefeuille en smaak voor art deco-interieurs. Je kan hier vlees-, vis- en wildspecialiteiten , waterzooi, vol au vent en kalfsblanquette eten. Prijzig maar heeft terecht zijn reputatie als een van de beste Belgische restaurants verdiend.

Bao Bang Bang Waterleidingsstraat 155 introduces us to the world of the BAO, a favorite amongst Thai street food. The Bao is a delicious white steamed bun served with all kinds of fillings. Ideal for lunch!

Fancy fish and chips? Try Bia Mara  Kiekenmarkt 41for freshly delivered sustainable fish and yummy fries!

La bottega della pizza, Ducpétiauxlaan 39, 1060 Sint-Gillis (anche in Rollebeekstraat 15, 1000 Brussel): ottime pizze, cucina italiana popolare.

Brasserie Bavaria Mechelsesteenweg 460, 1930 Zaventem:Die Familie Mischinger verwöhnt Gäste mit typisch bayerischen Gerichten. Außerdem serviert sie deutsche Biere vom Fass, österreichischen Wein und bayerische Schnaps-Spezialitäten.

CiPiaCe, Parvis Saint Gilles 49A, ristorante/bar con cucina toscana.

Ellis Gourmet Burger Jourdanplein 20 is, well, Brussels gourmet burger restaurant offering tasty  burgers with original fillings and quality meat.

t Kelderke Grote Markt 15, in een kelderverdieping, serveert traditionele Belgische keuken met smakelijke garnaalkroketten, Vlaamse stoverij, waterzooi enz.

Restaurant Marburg Stevinstraat 108In der Maxburg in Brüssel kann man die deutsche Küche und deutsche Gastlichkeit genießen. Andrea Hauptmann und ihr Team verwöhnen Gäste mit über 20 verschiedenen Schnitzeln, Käsespätzle, Sauerbraten,…… und selbsverständlich auch mit deutschen Bieren.

Osteria bolognese, Vredestraat 49, vera cucina bolognese senza fronzoli! Ci si sta da dio!!

L’Ultime Atome Sint-Bonifaasstraat 14 biedt een studentikoze atmosfeer op het trendy Bonifatiusplein in Elsene, met eerlijke budgetkeuken. Je vindt er alle Belgische specialiteiten en een keuze uit de internationale keuken tegen heel redelijke prijzen.

L’r Du Temps Avenue Hansen-Soulielaan 78. Das restaurant liegt in der Nähe der Schule und bietet sehr leckere Schweizer Gerichte wie Fondue und Raclette sowie andere, weniger bekannte Schweizer Gerichte an. Ein bisschen Kitsch als Dekor mich Küchen und Schellen ist auch nicht zu verachten. 

(Photo: Commons Wikimedia)

Hobbykok Yannick houdt van authentieke gerechten.

Interview met leerkracht Nederlands Yannick Vermeisch door Anke Van den Bremt

Yannick

Yannick, één van jouw grote hobby’s is koken. Ben je daar al lang mee bezig?

Van kind af sta ik graag tussen de potten en pannen. Mijn beide ouders kookten graag en dan kwam ik vaak een beetje kijken en helpen. Ik heb veel van mijn moeder geleerd, maar via kookboeken en het internet mijn eigen weg gevonden.

Voor wie kook je? Geef je vaak etentjes?

Voor grote groepen koken vind ik stresserend, ik kook het liefst voor een viertal mensen. Vaak zijn dat vrienden, maar ook tijdens familiefeesten zoals Kerstmis, sta ik – samen met mijn zus – graag in de keuken.

Wat is je favoriete keuken? Zijn er bepaalde landen waarvan je de keuken bijzonder apprecieert?

Ja, dat zijn de landen waar ik ook graag naartoe ga: vooral Frankrijk en Italië. Ik hou van de Italiaanse keuken omdat die eenvoudig is, met lekkere producten bereid en zonder al te veel vet of boter. Sinds ik een vijftal keer naar India ben gereisd, ben ik ook geregeld met Indische recepten in de weer. Ik neem uit dat land altijd veel specerijen mee, die een bijzondere plek krijgen in mijn keuken. De Aziatische keuken in het algemeen weet me wel te boeien. Maar eigenlijk vind ik dat elke keuken wel zijn kwaliteiten heeft, als je de authentieke recepten ervan weet te vinden. Niet in het minst ook onze eigen Belgische keuken.

Wat apprecieer je aan onze Belgische keuken?

Ik hou van onze authentieke stoofpotten zoals kalfsblanquette of kalfsragoût en gerechten die met bier worden bereid. Ik heb een kookboek van een Vlaamse kok uit Watou – de streek waar ik zelf vandaan kom – die veel met bier werkt, heel inspirerend. Verder ben ik een liefhebber van onze typische Belgische groenten. Witloof zou ik wel alle dagen kunnen eten, in alle variaties van gestoofd tot rauw. Een absolute topper vind ik ook de Mechelse asperges.

En spruitjes?

Daar ben ik eerlijk gezegd een minder grote fan van, al zal ik ze zeker opeten als ik ze aangeboden krijg. Zeker als ze lekker klaargemaakt zijn: ze mogen niet te lang koken zodat ze nog een beetje knapperig zijn.

Wie zijn je voorbeelden? Zijn er bepaalde koks waar je naar opkijkt, die je volgt?

Ik kijk elke zaterdagavond naar “Saturday Kitchen” op de BBC, een programma met bekende Engelse chefs. De Engelse keuken is de laatste jaren erg aan het opleven, o.a. dankzij de bekende tv-kok Jamie Oliver. Ik hou niet zo van zijn taalgebruik maar weet zijn recepten wel te appreciëren. Hetzelfde geldt voor onze eigen Vlaamse tv-koks Jeroen Meeus en Sergio Herman.

Van welk soort keuken hou je helemaal niet?

Die vraag vind ik moeilijk te beantwoorden, want zoals ik eerder zei vind ik dat iedere keuken wel bepaalde kwaliteiten heeft. Wat dat betreft zou ik een slechte deelnemer zijn aan het

programma “Saturday Kitchen”, waarin de deelnemers altijd de twee vragen “What is your food heaven?” en “What is your food hell?” krijgen voorgeschoteld. Maar als er één type gerechten is waar je me absoluut niet mee kan verleiden, dan is het de fast food zoals je die in ketens als Quick en Mac Donalds kan krijgen. Maar de hype van de gezonde hamburger, weet ik dan wel weer te appreciëren.

Heb je bepaalde specialiteiten?

Ik maak graag Indische curry’s, waarin traditioneel minstens zeven soorten specerijen moeten zitten. Kip met koriander is één van mijn specialiteiten. Verder maak ik graag Spaanse “ceviche” (een voorgerecht op basis van plakjes rauwe vis die gemarineerd worden in een mengsel van limoen- en citroensap) en ook tartaar met vis en vlees. Pastagerechten behoren ook tot mijn specialiteiten, en dan in het bijzonder de “pasta al ragu”. Dat is eigenlijk de authentiek versie van de bekende spaghetti bolognaise. Traditioneel zitten daar veel minder groenten, enkel een ui, een wortel en een selderijstengel mogen erin volgens het originele recept, en ook kruiden zoals basilicum en oregano zijn uit den boze, schijnt het…

Maak je ook graag desserts en zoetigheden?

Soms wel, maar daar ben ik eigenlijk niet zo’n specialist in. Ik heb dan echt een recept nodig om te volgen. Bij andere gerechten durf ik meer te fantaseren en maak ik er al eens mijn eigen versie van, maar bij desserts durf ik dat niet zo, desserts dat is uiterst precisiewerk, en ik als iemand die graag zijn fantasie de vrije loop laat, heb het daar niet zo op begrepen. Ik neem ook liever een bordje kaas dan een zoet nagerecht.

Waar koop je je ingrediënten?

Ik koop zoveel mogelijk biologische en verse producten, in supermarkten maar bijvoorbeeld ook op de “Marché des Tanneurs”, een grote biomarkt in het centrum van Brussel waar je veel groenten en fruit kan kopen tegen voordelige prijzen. Ook de markten op het Kasteleins- en Flageyplein zijn interessant, al hebben die een wat snobistisch kantje gekregen de laatste tijd.

Heb je een goed uitgeruste keuken? Koop je graag speciale snufjes voor in de keuken?

Ik vind het vooral belangrijk om goede potten en pannen te hebben. De pannen van het merk Le Creuset zijn bv. ideaal om te stoven. Verder ben ik heel blij dat er een gasfornuis staat in mijn appartement: ik zou absoluut niet willen koken op elektrisch vuur of inductieplaten.

Ga je vaak op restaurant?

Zeker en vast, ik ga even graag op restaurant als dat ik zelf kook. In de buurt waar ik woon, in Elsene, komen er vaak nieuwe restaurantjes bij. Die ga ik dan graag uitproberen.

Bedankt voor het gesprek en smakelijk eten alvast!

De trein is altijd een beetje schrijven… Verslag van een interview met Michael Sels, over zijn eerste kinderboek

Etterbeek

Hij zit vaak in de trein. Enkele keren per week pendelt hij tussen Kortenberg en het CVO-BEC in Brussel, want het verkeer per auto is een ramp. In die uren, ongeveer 8 per week in het totaal, komt hij tot rust, denkt hij na, verbetert hij huiswerk van zijn studenten of… schrijft hij.

Ik had nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, maar nu zeg ik het: “Leve de file!”. Waarom? Omdat het resultaat van al dat sporen en schrijven tussen Brussel en Leuven door mijn collega Michael Sels een kinderboek is! Een tof kinderboek dat hij intussen naar enkele uitgeverijen gestuurd heeft.

Het boek heet “Een doodgewone jongen”, maar het is geen doodgewoon boek.

Het gaat over de avonturen van twee bevriende jongens. Het gaat over vriendschap en moed. Het gaat ook over dictaturen en hoe ze beginnen. En zelfs over de grens tussen goed en kwaad. Met humor, spanning en taalgrapjes.

En dat alles in een kinderboek, inderdaad! Ik ben als 50-plusser natuurlijk geen doelpubliek, want dat zijn kinderen van 10 à 11 jaar (voor sterke lezertjes vanaf 9 jaar). Maar dankzij die verschillende ‘lagen’ (niveaus) in het boek is het ook voor volwassenen leuk. Dus ideaal om voor te lezen aan kinderen, zo heb je dubbel plezier!

Michael vertelt me bij een kopje koffie graag hoe belangrijk voorlezen blijft, ook wanneer kinderen zelf beginnen te lezen. Je kan je kinderen bij het voorlezen een hoger taalniveau aanbieden dan wat ze zelf al kunnen. Het is goed voor het contact tussen ouders en kinderen.

Michael

Op de foto zie je Michael terwijl hij aan zijn eigen kinderen, Lobke van 7 (links) en Seppe van 9 (rechts), voorleest. Ze lachen samen veel! Seppe en Lobke zijn ook de proefkonijnen van zijn eigen boek geweest: hun mama las de eerste hoofdstukken aan hen voor terwijl Michael hen observeerde. De kinderen waren enthousiast en wilden meer. Dat gaf hem zin en energie om verder te schrijven. Hij gebruikte hun kritische reacties direct om zijn boek beter te maken.

Zijn kinderen waren niet alleen zijn eerste lezers (luisteraars), ze gaven hem ook inspiratie. In het begin had Michael alleen de grote lijnen van het boek. De concrete ideeën ontbraken nog. En toen begon hij op de spelletjes van zijn kinderen te letten, terwijl ze met hun drieën te voet naar school gingen. “Als je per ongeluk op de witte strepen van het zebrapad loopt, komt er een boze heks”, gilde Lobke. “Maar als je dan vier witte lantaarnpalen aanraakt, kan de heks niets meer doen”, riep Seppe. Zo kreeg Michael meer en meer elementen voor zijn verhaal.

Dat maakt dat er in zijn boek veel fantasie staat: krokodillen onder het zebrapad. Giftige gassen die uit de keldergaten van de huizen komen. De schooljuf die een geheim agente is. Maar is het wel allemaal fantasie? Wie is die mysterieuze vrouw op straat? Wat is het grijze kruis? De realiteit in het boek blijkt soms vreemder te zijn dan de fantasie! Ssssspannend!

Michael en ik praten samen verder over het boek.

Ik vraag hem hoe het ging toen zijn eerste versie klaar was. Stuurde hij zijn manuscript meteen naar een aantal uitgevers?

“Ik lanceerde via Facebook en via collega’s een oproep om het boek te lezen en me de reacties te laten weten. Ik vond ongeveer 100 kinderen, mama’s en papa’s, juffen en meesters. En bij de volwassenen ook liefhebbers van taal en boekenwurmen. In het algemeen waren de testlezers heel enthousiast, de kinderen én de volwassenen. Dankzij die positieve opinies werd het voor mij minder moeilijk ook de negatieve kritiek te aanvaarden. Die ging over verschillende aspecten. Kritiek die bij veel mensen terugkwam, heb ik gebruikt om de definitieve versie van het boek te schrijven. Dat manuscript stuurde ik naar zes uitgeverijen waarvan de algemene visie bij het boek past.”

“Dat lijkt me spannend, dat wachten op reacties”, antwoord ik. “Even spannend als je boek zelf”.

Dat klopt. Michael hoopt natuurlijk op een ja. Intussen kreeg hij via Facebook al echte fanmail, dat is in elk geval heel bemoedigend.

Nog een vraag van mij: “Je doet veel dingen in je leven, Michael: je hebt een gezin, je werkt als leraar, je maakt muziek en muziekteksten in de band waarin je accordeon speelt, nu dit boek. Waar haal je de energie?”

“Ik hou van creatief zijn. Ik bouw graag dingen op van nul. Je begint aan iets, je bent onderweg, je gaat ergens naartoe. Net als bij muziek moet je bij het schrijven onderweg ook schrappen om goed aan te komen. En dankzij de trein vond ik de tijd om dit boek te realiseren Ik heb nu zelfs al ideeën voor een tweede verhaal, met dezelfde personages”.

Zelf genoot ik als testlezer van de humor, de spanning en de onverwachtige plotwendingen in “Een doodgewone jongen”. Ook de diepere, actuele thema’s die erin zitten, zijn een sterke kant. En natuurlijk de kleine taalgrapjes, bv. de jongen die van “actie” houdt, heet “Axi”. Dat doet me glimlachen.

Michaels boek heeft ongeveer 80 pagina’s en is ook voor ons volwassen publiek dat Nederlands studeert vanaf 2.2 à 2.3 leesbaar en interessant. En voor alle Nederlandstalige studenten bij ons op school natuurlijk én voor hun kinderen!

We hopen dan ook samen dat het boek over korte tijd in de boekwinkel te koop staat. We bestellen al zeker enkele exemplaren voor onze studentenbib.

Michael, we wensen je nog veel creativiteit, pendeltijd op de trein en succes!

Ann De Schryver, lerares Nederlands (bron foto’s: Wikipedia: Etterbeek railway station; Michael Sels)

Hoe is het om ’s avonds te werken?

We vroegen een leerkracht die ’s avonds les geeft wat haar ervaringen en indrukken zijn.

Ann

Laat de nacht je verleiden…

“De ochtenstond heeft goud in de mond”. Dat betekent: door vroeg te beginnen, kan je veel doen. Dat wordt gezegd, ja, maar voor mij klopt het niet. Ik ben namelijk een “avondmens” en zelfs een “nachtmens”.

In de vroege ochtend ben ik niet goed gehumeurd en kan ik me slecht concentreren. In de avonduren en zelfs ’s nachts groeit mijn energie en word ik creatief. Hoe vaak heb ik niet in de nachtelijke stilte van het appartementsgebouw waar ik woon uren na elkaar hard gewerkt. De nachtradio staat zachtjes op, niemand stuurt mails of sms’jes, de rest van de wereld slaapt. Ik hou ervan te weten dat ik op zo’n momenten “alleen” ben en geniet van die stilte. Ik voel rust in mijn hoofd en dat maakt dat ik veel geconcentreerder werk.

Er zijn mensen voor wie de nacht negatieve associaties oproept: gevaar, donkere gevoelens, eenzaamheid, pessimisme, …

Voor mij biedt de nacht vooral positieve associaties: rust en tegelijk concentratie, veilig thuis zitten, stilte, muziek, een warm deken rond je lichaam en geest. Heerlijk!

Toen ik als leerkracht talen in het volwassenenonderwijs kon starten (nu meer dan 25 jaar geleden) vond ik dat dan ook heel prettig: een deel van mijn lesuren viel (en valt) ‘s avonds. Ik kon na mijn avondles thuis nog voorbereiden voor de dag erna, tot laat in de nacht, want ik had geen les ’s morgens. Tof, een job die zo goed mijn persoonlijk biologisch ritme volgde en waarbij ik de essentie van mijn werk, namelijk het lesgeven, in mijn meest energieke uren kon doen.

Een extra voordeel van avondwerk bleek bovendien dat je vrij bent op uren dat openbare diensten en winkels open zijn. Ik was dus heel tevreden met dat avondwerk!

Maar… toen kwam er een zoon. Hoewel hij het mooiste levensgeschenk is dat ik ooit kreeg, gooide hij mijn leven en mijn ritme helemaal in de war. Het lukte me niet vroeger te gaan slapen, maar ik moest wel veel vroeger opstaan… Oei, wat werden dat vermoeiende jaren!

Toch bleef ik graag avondcursussen geven. Het betekende wel lange dagen, voor mezelf en ook voor mijn zoon: hij bleef 3 dagen per week ’s avonds in de naschoolse opvang en een babysitter haalde hem daar op. Maar hij vond dat geen probleem, omdat hij graag met de andere kinderen speelde en ook omdat de babysitters altijd heel actief met hem bezig waren, eigenlijk meer dan ik zelf de andere avonden kon doen in combinatie met schoolwerk en huishouden… Bovendien was de ochtend voor ons minder stresserend dan voor veel ouders die samen met hun kinderen helemaal klaar moeten staan om naar hun eigen werk te vertrekken: ik bracht hem naar school, wetend dat ik weer naar huis kon gaan voor een rustig ontbijt en wat schoolwerk.

Zoals met alles in het leven heeft avondwerk natuurlijk ook wel nadelen. Zeker in de winter is het soms zwaar als je ’s avonds werkt en het al donker is wanneer je vertrekt. Je kan minder vaak ’s avonds iets afspreken met vrienden. En zelf een avondcursus volgen lukt niet. Bovendien wordt het wel heel vermoeiend als je de dag ná een avondles in de ochtend les hebt.

Toch blijf ik van mijn avonduren houden. Het past gewoon beter bij mijn lichaamsklok. Ik ben gelukkiger wanneer ik weet dat ik niet vroeg hoef op te staan, dat de dag niet begint met stress en vlug-vlug-vlug naar hier of naar daar moeten vertrekken, het drukke verkeer induiken, lawaai en chaos die je meteen overvallen… Ik ben een beetje zoals een dieselmotor: rustig en traag op gang komen is mijn ding en daarna rij ik -meestal- vlot en snel.

Vergeet die gouden ochtenstond dus maar. De avonduren mogen van mij blijven duren. Ik laat me door de nacht graag verleiden… tot werk…

Ten slotte dit: voor wie net als ik soms ’s nachts wakker wordt en niet opnieuw kan inslapen een leestip: “Nachttrein naar Lissabon” van Pascal Mercier. Over een leraar die opeens zijn klas verlaat om naar Lissabon te vertrekken. Met de nacht heeft het verhaal niet echt veel te maken, maar het is in veel landen een bestseller (oorspronkelijke taal: Duits: “Nachtzug nach Lissabon”).

Veel nachtelijk werk- en leesplezier!

Ann De Schryver, leerkracht Nederlands

De eerste les … van Leen

Het is een penibel moment : je eerste les als cursist. Je bent wat onwennig, je kent je medecursisten nog niet, je vraagt je af of je de les moeilijk zal vinden. Maar ook voor je leerkracht is de eerste les een bijzonder moment. Collega Leen Debeuckelaere spreekt hier over haar allereerste lesopdracht.

Leen

Wanneer heb je voor het eerst les gegeven?

Ik ben afgestudeerd toen ik vijfentwintig was en ik heb na mijn studies eerst rondgereisd in de Balkan. Daarna ben ik begonnen aan een vervanging in een Middelbare school.

Was dat een bewuste keuze, een roeping, of eerder toeval?

Het was geen bewuste keuze. Een familielid meldde me dat ze iemand zochten in Nieuwpoort voor een vervanging.

Weet je nog hoe je je voorbereid hebt?

Ik had vooraf de lerarenopleiding gevolgd. Hoewel ik eerst enthousiast was om les te geven, had ik na de opleiding een negatief gevoel. Ik was vooraf dood nerveus. Ik had in het weekend bijna niet geslapen. Ik moest lessen Nederlands en Engels geven in het 3de en 4de middelbaar, ASO en TSO. Er waren geen handboeken, ik had dus heel veel werk om al het materiaal aan te maken.

Was je geïnspireerd door een bepaalde leerkracht van vroeger?

Mijn vader was leraar, maar hij heeft me niet geïnspireerd. Hij zei dat je altijd moest doen alsof je alles wist en dat je nooit mocht tonen dat je bang was. Ik heb altijd het tegenovergestelde gedaan: ik heb me getoond zoals ik ben. Ik had ideeën die misschien niet aansloten bij wat toen traditioneel in de school gebeurde, maar ik heb ze wel uitgeprobeerd. Ik vind het systeem van de Middelbare scholen weinig respectvol tegenover de leerlingen. Ik wou niet met straf werken en de leerlingen hun verantwoordelijkheid laten nemen. Het was heel interessant. Sommige leerlingen vonden het leuk, anderen vroegen om straf, ze waren gewoon om binnen een systeem te functioneren. Ik liet vaak muziek spelen. Als ik zag dat de klas heel wild was, liet ik ze vijf minuten gek doen zodat ze zich volledig konden uitleven, en daarna konden we weer verder gaan.

Wat waren je verwachtingen?

Ik had vooral angsten. Maar ze waren heel vlug weg, al na de eerste les. Ik voelde me snel heel goed in de groep. Ik stond echt heel graag voor die klas, de vijf maanden in die school waren leuk. Het schooltje lag aan de zee, ik heb romantische herinneringen aan de tramrit langs de zee.

Hoe is de eerste les verlopen?

Ik weet het niet meer exact. We hebben samen poëzie geschreven en bij kaarslicht in de klas het resultaat voorgelezen. Ik was bang voor de reactie van directie en collega’s omdat ik het anders deed. Ik weet nog heel goed dat ik die eerste ervaring heel vreemd vond. Ik had het gevoel dat ik deed alsof ik een leerkracht was, dat ik een rol speelde. Ik voelde me nog een leerling vanbinnen, omdat ik zelf nog heel jong was. Het positieve was dat ik daarom heel dicht bij leerlingen stond.

Herinner je je nog cursisten uit die les?

Ik zie de meeste leerlingen nog voor mij. Hun namen weet ik niet meer, maar ik heb heel fijne herinnering. Op het einde van het jaar kreeg ik cadeautjes van de leerlingen en zeiden ze dat ze apprecieerden dat ik op een andere manier met hen omging.

Brein, breiner, breinst: een breinige babbel

Brein, breiner, breinst: een breinige babbel   logo3  

Verslag van een gesprek: Ann De Schryver, Patrick Van Gompel

Een groepje mannen staat diep bedroefd rond het bed van een hersendood familielid. Maar dan komt het verlossende nieuws: er is een brein beschikbaar voor transplantatie. Twee zelfs, een vrouwelijk stel hersenen voor 5000€, een mannelijk stel voor 7000€. Hoewel de mannen stiekem denken dat het logisch is dat de mannelijke hersenen meer kosten, stelt één van hen toch de vraag waarom dat zo is. Daarop antwoordt de chirurg: “Omdat de vrouwelijke hersenen al gebruikt zijn”.

 

e-zine_fotoPatrickVooruitgang

Een breintransplantatie? Nee, zover is het nog niet en dit ondanks de immense vooruitgang die er de voorbije decennia is gemaakt in verband met onze kennis over het brein. Daarvan getuigen ook de talrijke eerder populariserende boeken die intussen verschenen zijn over dit onderwerp, het éne al duidelijker/juister dan het andere, maar in elk geval: veel! Het was dan ook een plezier met mijn collega Patrick Van Gompel (foto), die heel veel gelezen heeft over onderzoek naar onze hersenen, op één van de eerste zonnige dagen dit jaar op een gezellig terras een “breinbabbel” te houden. En ook een plezier was de steeds groeiende stapel boeken die hij bouwde om zijn informatie te illustreren (voor een selectie van titels: zie verder), zodanig zelfs dat onze tafelburen geïnteresseerd begonnen mee te luisteren!

Het gesprek

Een volledig verslag van onze conversatie is hier niet mogelijk. Maar ik geef graag een aantal interessante uitspraken van Patrick weer, met wat uitleg. Daarbij heb ik te veel technische terminologie vermeden, met het risico soms onnauwkeurig te zijn, maar hopelijk wel begrijpelijker. Ook verontschuldigen Patrick en ik ons voor eventuele onjuistheden of informatie die niet genuanceerd genoeg is. Wat we hopen te bereiken is dat jullie ook aan het lezen slaan over het bijzonder boeiende fenomeen “ons brein”, zo boeiend dat 2014 zelfs tot “het Europees jaar van het brein” uitgeroepen is!

Ik begon met een wat pessimistische gedachte die ik zelf had na het lezen van het boek “Wij zijn ons brein” (Dick Swaab), namelijk dat we blijkbaar weinig vrije wil hebben, dat alles al van bij de geboorte of zelfs eerder vastligt in ons brein. Hoewel deze opvatting niet algemeen als de enige juiste beschouwd wordt, was daarmee Patricks waterval aan informatie meteen in gang gezet!

Vrije wil?

Patrick: We hebben de laatste jaren ontzettend veel nieuwe kennis verworven en toch is dit nog maar het begin van een tsunami aan nieuwe inzichten over ons brein en dus over ons mensbeeld. Dat ons mensbeeld drastisch zal wijzigen en al aan het wijzigen is staat vast. Het begrip vrije wil (en bij uitbreiding het begrip persoonlijkheid) lijkt mij inderdaad steeds meer een illusie te worden.

Wat er bijvoorbeeld gebeurt is dat we, NADAT we iets gedaan hebben op basis van wat onze hersenen ons ingeven, snel een reden geven voor die handeling. Zo snel, dat we denken dat onze redenering vooraf ging aan ons handelen. Maar eigenlijk is dat niet het geval, wel het omgekeerde. Onze hersenen zijn vanaf de conceptie, als het verlengde van de ruggengraat, geëvolueerd door de genetische informatie in ei- en zaadcel en die genetische informatie bepaalt reeds grotendeels ons handelen. Het debat “nature or nurture” (aanleg of opvoeding?) is dan ook gedeeltelijk achterhaald, want in onze genetische informatie zit verwerkt welk effect de omgeving (waaronder opvoeding) op iemand zal hebben. Eenzelfde input op persoon A en op persoon B, bv. 2 dagen heel luide muziek horen, kan een totaal verschillend effect geven, waarbij persoon A gek wordt en B nauwelijks een probleem ondervindt, precies omwille van hun verschillend genetisch materiaal. De hersenen, dat is een slagveld van neuronen, dat zijn hersenzenuwcellen, genetische informatie, impulsen, hersenvocht, chemie en hormonen, maar vrije wil komt er niet aan te pas.

Vrije wil als samenlevingsstructuur

Ann: Waarom dan dat concept van vrije wil?

Patrick: Het is een concept dat gemakkelijker is, veel oplost en dus blijkbaar absoluut noodzakelijk is voor een maatschappij. We moeten er (voorlopig) wel in geloven, we hebben een zekere structuur nodig om hier met 7 miljard mensen te kunnen samenleven. Als we uitgaan van een vrije wil, dan kunnen we mensen ter verantwoording roepen als zij bv. profiteren. Bij een misdaad kunnen we hen bestraffen. Dit wordt allemaal veel moeilijker als we zouden vaststellen dat iemand er niet voor koos te stelen of te doden, maar dat hij of zij uiteindelijk niet anders kon. Deze uitermate complexe discussie wordt overigens al jaren op de rechtbank gevoerd, met wisselend succes al naargelang de psychiater en de advocaat.

Ziek of misdadig?

Daarom, geheel begrijpelijk, is de vrije wil of het gebrek er aan, nog een groot taboe. Velen en niet de domsten, vrezen dat het besef van het gebrek aan vrije wil het einde van de samenleving zou kunnen betekenen, de wetteloosheid, want de “dader” kan er toch niet aan doen? Helemaal ten onrechte, volgens mij, de maatschappij moet zich uiteraard blijven beschermen (= zelfbehoud) tegen alle mogelijke bedreigingen, zoals moord of verkrachting. Ze zal zich wel geheel anders moeten gaan organiseren als blijkt dat bepaalde gedragingen onontkoombaar blijken te zijn. Het wetenschappelijk inzicht i.v.m. de vrije wil is vrij recent en nog in volle ontwikkeling, maar krijgt een groeiende wetenschappelijke aanhang. Het al dan niet bestaan van een vrije wil biedt stof voor gigantisch lange en interessante discussies. We beseffen nog lang niet alle gevolgen van de mogelijkheid dat er geen vrije wil zou bestaan.

Zowat 35 jaar geleden onderwees men aan de faculteit psychologie van de universiteit in Leuven nog dat homofilie een ziekte was (bv. als gevolg van een relatieprobleem tussen zoon en moeder, Freud). Een paar 100 jaar geleden sloot men schizofrenen op in kerkers, geboeid, in hun eigen vuil; heksen (de eerste feministen) werden verbrand, enz….. Gelukkig kwamen er langzamerhand nieuwe, wetenschappelijk veel beter gefundeerde inzichten. We zullen nog erg vaak versteld staan van verdere inzichten die er dankzij o.a. de genetica, de scans en de evolutietheorie zullen komen.

Drie breinen in één

Uit de verdere informatie van Patrick leer ik dat er als gevolg van de evolutie eigenlijk, eenvoudig gezegd,  drie “breinen” in ons brein zitten, die vaak onafhankelijk van elkaar werken: het reptielenbrein, het zoogdierenbrein en het mensenbrein. Als we in een gevaarlijke situatie komen, neemt automatisch het reptielenbrein de controle over ons gedrag, waardoor we RAZENDSNEL en heel gericht handelen (veel sneller dan anders) en zeker niet gaan nadenken.

Overigens, een brein onder voortdurende druk  (bijvoorbeeld een economische crisis) reageert ook anders en laat bijvoorbeeld minder informatie binnen, omdat het alle energie gebruikt om aan de druk te weerstaan. Dit heeft men nog maar recent ontdekt (we besparen jullie de neurofysiologische uitleg hierover).

Onder voortdurende druk is men ook geneigd zeer eenvoudig te gaan denken (want moeilijke informatie vraagt te veel energie/tijd) en simpele antwoorden te zoeken. Dat verklaart waarom mensen in crisis geneigd zijn vaak heel eenvoudige redeneringen te accepteren (het buikgevoel) en veel minder genuanceerd gaan denken, wat op langere termijn risico’s inhoudt.

Neuromarketing

Onder druk wordt het brein natuurlijk ook gemakkelijker manipuleerbaar. Het bestaan van het reptielenbrein opent dan ook enorme mogelijkheden voor manipulatie door verkopers: als een verkoper ervoor kan zorgen dat je reptielenbrein ingeschakeld wordt, kan hij je heel gemakkelijk en overtuigend doen geloven dat je een bepaald product absoluut nodig hebt. Daarmee is het niet geheel ongevaarlijke concept “neuromarketing” geboren: hoe bereiken we het best die hersendelen die ons een gevoel van beloning geven en ons dwingend tot kopen/gokken/lenen enzovoort aanzetten.

Men heeft met scanners ontdekt dat we, wanneer we geld uitgeven, ons in zeker mate gestraft voelen, ergens doet dat echt fysiek pijn in de hersenen, een onaangenaam gevoel dus.

Met een kredietkaart ligt dat reeds anders, je hoeft niet onmiddellijk te betalen, maar later, dat is al wat aangenamer (vandaar het succes van kredietkaarten). Als we de mensen echter een koopje  kunnen “gunnen”, ervaren ze geen straf, maar juist een beloning, ze voelen zich zelfs succesvol: “ik heb profijt gemaakt”. Vandaar het succes van de solden of “2-voor-de-prijs-van-1”-trucs (die natuurlijk niet echt kloppen). Voer voor psychologen, gedragsbiologen en neurologen… (ter info: Patrick is nu leerkracht Nederlands, maar heeft een master in de klinische psychologie).

Ontwikkelingen

Patrick en ik praten verder, over spiritualiteit en muziek en hoe die meer dan gelijk welke andere activiteit ons hele brein mobiliseren. Daarom zijn het activiteiten die ons ook zoveel voldoening kunnen schenken. Over hoe men onderzoek naar het brein doet: vroeger kwam men tot kennis over het brein via mensen bij wie er dingen misliepen (bv. door een auto-ongeval), dus steeds in een pathologische context; nu heeft men scanners die ons in het brein kunnen laten kijken. Over hoe de invloed van de omgeving op den duur toch in de genetische informatie kan verwerkt geraken: de epigenetica bestudeert omkeerbare erfelijke veranderingen. Over het feit dat de huidige technologische revolutie eigenlijk te snel gaat voor de neurologische evolutie van onze hersenen. Over het feit dat de voortdurende stress in onze huidige westerse samenleving maakt dat we permanent op ons zoogdieren-reptielenbrein terugvallen, met alle gevolgen vandien. En natuurlijk ook over het feit dat er nog steeds heftige discussies gevoerd worden in verband met het dilemma “nature-nurture” (zijn de genen bepalend of is de omgeving bepalend?). Er bestaat geen eensgezindheid over de hier besproken opvattingen en gegevens.

Hoop

Op den duur duizelde het me een beetje, zoveel wist Patrick te vertellen… Hij deed inderdaad een ernstig beroep op de werking van mijn brein… Ik haal gelukkig ook hoopgevende informatie uit zijn stroom aan informatie: de medische wereld begint het voor mogelijk te houden dat via eigen stamcellen nieuwe cellen kunnen gecreëerd worden die door het lichaam niet afgestoten worden, zodat afgestorven cellen (zoals hersencellen bij Alzheimer) weer kunnen aangevuld worden. Of formuleer ik het nu te simplistisch?

Even over het geheugen

Zoals ik al zei: mijn collega Patrick vertelde te veel om hier allemaal weer te geven. Maar we hopen jullie nieuwsgierigheid geprikkeld te hebben en jullie belangstelling te hebben gewekt. We geven daarom nog een selectie van boeken die jullie over dit ongelooflijk boeiende onderwerp kan lezen. Patrick zorgde grotendeels voor de informatieve bibliografie (Nederlandstalig of in het Nederlands vertaald), ik heb die aangevuld met Nederlandstalige en anderstalige romans waarin het brein en het geheugen een rol spelen. Het geheugen is namelijk een bijzonder boeiend onderdeel van ons brein. We hadden het er in ons gesprek ook over, maar ook daarover uitweiden, zou ons hier te ver zou leiden. Ik wil echter toch graag eindigen met iets wat ik eens in een roman van John Irving las, namelijk dat wij denken dat we een geheugen hebben, maar dat het eigenlijk het geheugen is dat ons heeft: het bepaalt los van ons wat we ons wanneer wel en niet herinneren. En misschien moet ik na deze babbel met Patrick over de huidige kennis over onze hersenen hetzelfde besluiten voor heel het brein: wij hebben geen brein, ons brein heeft ons…

Ann: Nog een dessert, PatricK?

Patrick: Ik ga al mijn wilskracht inzetten en nee zeggen. 

Dan toch vrije wil?

Bron foto hersenen: www.volkskrant.nl

BIBLIOGRAFIE

  • Informatieve boeken (een greep uit..)

-Calvin, William: Ontdekkingstocht door de hersenen. 1995.

-Crone, Eveline: Het puberende brein. 2008.

-Draaisma, Douwe: Vergeetboek. 2010.

-Iacoboni, Marco: Het spiegelende brein. Over inlevingsvermogen, imitatiegedrag en spiegelneuronen. 2008.

-Keizer, Bert: Onverklaarbaar bewoond. Het wonderlijke domein van de hersenen. 2010.

-Lamme, Victor: De vrije wil bestaat niet. Over wie er echt de baas is in het brein. 2010.

-Newberg, Andrew: Waarom God niet verdwijnt. De neurologie van mystieke en religieuze ervaringen. 2003.

-Nelissen, Mark: De brein machine. De biologische wortels van emoties en gevoelens. Een darwinistische kijk. 2008.

-Nelissen, Mark: De club van ik. Het evolutionaire nut van sociaal gedrag. 2013.

-Raine, Adrian: Het gewelddadige brein. De biologische wortels van crimineel gedrag. 2013.

-Seth, Anil: Het brein in 30 seconden. De belangrijkste theorieën en ideeën in de neurowetenschap. 2014.

-Sitskoorn, Margriet: Het maakbare brein. Gebruik je hersens en word wie je wilt zijn. 2006.

-Swaab, Dick: Wij zijn ons brein. Van baarmoeder tot Alzheimer. 2010.

-Taylor, Kathleen: Het wrede brein. Waarom in elk van ons een moordenaar schuilt. 2010.

-Van Broeckhoven, Christine: Brein en branie. Een pionier in Alzheimer. 2010.

-Vroon, Piet: Tranen van de krokodil. Over de snelle evolutie van onze hersenen. 2006.

-National Geographic, Nederlands: februari 2014, artikel “Raadsels van het brein”.

  • Romans waarin de hersenen of het (falende) geheugen een (sleutel)rol spelen

-Barnes, Julian: The Sense of an Ending. 2011. Roman, o.a. over het vervormen van de werkelijkheid door het geheugen.

-Bernlef, J.: Hersenschimmen. 1984. Roman, dementie beschreven door de patiënt.

-Bommel, Sjef van: Ik ben niet kwijt. Wat er gebeurt als je de liefde van je leven langzaam kwijtraakt aan dementie. 2012.Ontroerende roman, verhaal door de verzorgende partner verteld.

-Claes, Jo: De mythe van Methusalem. Thriller die zich in Leuven afspeelt en waarin stamcelonderzoek een rol speelt; heeft slechts heel zijdelings te maken met het brein, maar vlot geschreven thriller rond een thema dat ook in het breinonderzoek van groot belang is.

-Cyrulnik, Boris: Sauve-toi, la vie t’appelle. 2012. Het levensverhaal van een joodse psychiater, gecombineerd met informatie over de werking van ons brein/ons geheugen.

-Geiger, Arno: Der Alte König in seinem Exil. 2013. Verhaal van een zoon over zijn dementerende vader.

-Watson, S.: Before I Go to Sleep. 2010.Thriller over iemand van wie het geheugen elke nacht gewist wordt.

  • Varia

-Film: Eternal Sunshine of the Spotless Mind: film die ervan uitgaat dat bepaalde delen van het geheugen doelbewust en gericht kunnen gewist worden, in dit geval de herinneringen aan een verbroken liefdesrelatie. Science-fiction met een romantische inslag.

-Nederland 3: Het brein gekraakt. Een serie reportages over het brein. Komt hopelijk uit op dvd.

-Nederlandstalige filmpjes over het brein in onderwijscontext op www.tvklasse.be, bv. Het GeTalenteerde Brein, Christophe Lafosse

-Lezingen van www.demaakbaremens.org, allerlei aspecten van het brein, op verschillende plaatsen in het land: http://demaakbaremens.org/demaakbaremens/kies-een-thema/het-brein/203-het-brein-belicht/883-het-brein-belicht

-Engelse lezingen, “TED talks”, bv. via http://neuroethicscanada.wordpress.com/2011/02/03/20-ted-talks-about-the-brain/   (via “TED talks brain” bij Google vind je talrijke links)

-“brain games”: filmpjes: http://www.natgeotv.com/nl/brain-games (National Geographic heeft ook een dvd “Test Your Brain”, met een driedelige documentaire).

-Gezelschapsspelen: Cluedo, Set en nog vele andere. Vergeet niet te schaken!

Veel lees-, kijk-, luister- en speelplezier!

Ann De Schryver, Patrick Van Gompel

Interview met mijn brein

Interview met mijn talenknobbel  logo3

Een ludiek gesprek van leraar Nederlands, Frank Vanachter (foto), met zijn eigen brein, zijn ‘talenknobbel’.

Ik heb de indruk dat hij al sinds mijn geboorte in mijn hoofd zit. Maar wie is hij eigenlijk? Waar komt hij vandaan? Hoe ziet hij eruit? En heeft zijn aanwezigFrank_talenknobbelheid nare gevolgen? Is hij een aandoening die ik moet verzorgen? Allemaal vragen waar ik eindelijk een antwoord op krijg. Interview met mijn talenknobbel.

Ik: Je zit al langer dan vandaag in mijn hoofd. Waarom noemen ze jou eigenlijk een knobbel? Ben je een soort tumor? Of eerder een puist? Ik heb me al eens goed in de spiegel bekeken en ik zie eigenlijk niks eigenaardigs.

Mijn talenknobbel lacht en reageert: Eerst even een misverstand uit de wereld helpen. Het begrip “knobbel” dateert eigenlijk uit de 18de eeuw en vindt zijn oorsprong in een wetenschap, de “frenologie”. Nou ja “wetenschap” is meteen zo’n sterk woord. Eigenlijk was er weinig wetenschappelijks aan. Buiten de benaming misschien. Die is afgeleid van twee Griekse woorden: “fren” betekent “geest” en “logos” betekent “leer”. Frenologie was dus de leer van de geest. Volgens de frenologen kon de manier waarop bepaalde hersendelen gingen groeien de ontwikkeling van knobbels veroorzaken en  de vorm van je schedel bepalen.  En uit de vorm van de schedel kon men dan naar verluidt een bepaalde aanleg of het karakter van een persoon afleiden. Een persoon die een knobbel vertoonde bij één van de ogen zou zeer goed zijn in het leren van (vreemde) talen. Vandaar dus de benaming “talenknobbel”.

Maar ook aan mijn ogen zie ik helemaal niets vreemds. Hoe komt dat?

Dat klopt en dat komt omdat ik daar helemaal niet zit. De frenologen dachten dat de aanleg en de bekwaamheid om talen te leren zich in de oogstreek bevond. Maar sinds de ontwikkeling van de moderne neurowetenschap, en meer bepaald de neurolinguïstiek, zijn de theorieën van de frenologie achterwege gelaten en hecht men er geen belang meer aan.

Waar bevind je je dan wel? 

Aanvankelijk dacht men dat ik vooral actief was in de linkerhelft van je hersenen en dan meer bepaald in de frontaal- en temporaalkwab want men nam aan dat deze gebieden verantwoordelijk waren voor respectievelijk het produceren en begrijpen van taal. Maar inmiddels weten de geleerden dat ik in beide hersenhelften tegelijkertijd kan zitten.

Ben je dan onzichtbaar?

Als je een kijkje zou kunnen nemen in je hersenen of als je jezelf zou kunnen verkleinen om erin te kruipen, dan zou je mij inderdaad niet meteen kunnen terugvinden. Met zeer moderne apparatuur kan je wel zien waar ik precies actief ben want die zones in je hersenen gaan dan tijdens het onderzoek fel oplichten. Eigenlijk heeft iedereen wel iemand als ik in zijn hersenen zitten. Iemand die op de juiste knopjes drukt en aan de juiste hendels trekt als er taal geproduceerd of begrepen moet worden. Maar alleen de snelste en meest bedreven exemplaren worden “talenknobbels” genoemd. Het is eigenlijk een soort van prestigetitel.

Dan heb je eigenlijk altijd in mijn hoofd gezeten?

Inderdaad. Je bent met mij in je hersenen geboren.

Maar  hoe ben je er dan in geslaagd om zo’n een vooraanstaande functie in mijn hersenen te verwerven? Is er een soort selectieprocedure? Moet je ergens solliciteren? Of heb je een staatsgreep gepleegd?

Nou, begrijp me niet verkeerd. Ik knap het werk hier niet in mijn eentje op hoor. Er zijn nog andere managers in je hersenen die net als ik op het juiste moment hun taak moeten uitvoeren. Zonder dit team lukt het echt niet. De verschillende afdelingen in je hersenen sturen informatie door. Een briefing, zeg maar. Als ik die briefing niet tijdig ontvang, loopt alles in het honderd. Ik ben eigenlijk zo belangrijk kunnen worden enkel en alleen dankzij mijn voorbeeldige samenwerking met de andere departementsverantwoordelijken. Niet al mijn collega’s hebben evenveel geluk gehad als ik. De “rekenknobbel” in je hersenen bijvoorbeeld is eigenlijk tergend traag en verschrikkelijk incompetent maar de directie wil hem niet ontslaan omdat iedereen er medelijden mee heeft. En eigenlijk is hij best sympathiek. Ik snap niet altijd goed waarom hij voor die job gekozen heeft. Al die cijfertjes. Boring. Geef mij maar lettertjes (lacht).

Laatste vraag. Moet ik je verzorgen? Heb je een speciale behandeling nodig?

Wij leven in symbiose. Door mij ben je graag en veel met taal bezig maar als jij me geen werk geeft, word ik vreselijk lui en ga ik niet meer zo goed functioneren. En dankzij mij staan er eigenlijk ook elke maand centen op je bankrekening (lacht). Je kan er maar beter voor zorgen dat je me in de watten blijft leggen.

Ik moet je dus eigenlijk “voeden”. Heb je een bepaalde voorkeur?

Verandering van spijs doet eten. Doe maar gewoon voort zoals je nu bezig bent. Een gezonde variatie van geschreven en gesproken woord en dat in meerdere talen. Dat heb ik het liefst. Dat boek van Zola dat je nu aan het lezen bent, vind ik eigenlijk een beetje saai worden maar lees het wel uit. Dat is goed voor mijn Franse woordenschat. Ook kijk ik al uit naar die theatervoorstelling waar je binnenkort tickets voor gaat kopen (een versie van Hamlet in een bewerking van Tom Lanoye nvdr). En vooral: blijf kijken naar Spaanse, Engelse, Vlaamse, Waalse, Franse, Amerikaanse, Canadese, Zuid-Amerikaanse, Ierse en Duitse films. Want dat doe ik het liefst. Afgesproken?

Afgesproken! En bedankt voor dit gesprek

E-zine CVO BEC © 2017 Frontier Theme