Category – Liefde op het eerste gezicht

Met je partner samen in de les … Olivier en Hélène

IMG_0084

Hoe hebben jullie elkaar ontmoet? 

Wij hebben in het zuiden van Frankrijk gestudeerd, in Aix en Provence.

Ik (Hélène) studeerde geschiedenis en Olivier studeerde rechten.

Wij waren buren in een klein huis met drie flats. Hélène woonde samen met twee andere meisjes. Olivier woonde ook samen, maar met twee andere jongens.

Alle meisjes en jongens werden vrienden.

Kunnen jullie ons iets meer vertellen over jullie gezin?

Wij hebben drie kinderen, allemaal jongens. Onze twee jongste zonen wonen bij ons in België. De oudste zoon studeert in Frankrijk.

Wanneer en waarom zijn jullie naar België gekomen? 

In 2016 zijn wij naar België verhuisd.

Olivier : « De moeder van Hélène is afkomstig uit Belgie maar ze verbleef in een bejaardentehuis in Zuid-Frankrijk. Mijn moeder zat in een bejaardentehuis in Normandië. »

Wij woonden in Parijs maar wij wilden naar een ander land verhuizen.

De bejaardentehuizen zijn in Frankrijk veel duurder dan in België.

Olivier kan werken van thuis uit.

Dus hebben wij besloten om ons hele gezin in België samen te brengen : de kinderen, de twee grootmoeders, de papegaai, de hond en de vier kippen.

Waarom studeren jullie Nederlands? 

Voor onze integratie in België is de taal kennen belangrijk. Wij kennen al Frans. Dus hebben wij besloten om Nederlands te leren.

Wat zijn de voordelen en de nadelen als een koppel of echtpaar samen in de klas zit?

Er zijn geen nadelen.

Met twee zijn geeft moed, voor de rit , om huiswerk te maken, om te oefenen enzovoort.

Jullie komen samen naar de les maar oefenen jullie ook samen? Hoe oefenen jullie samen? 

Wij oefenen zij aan zij. Daarna vergelijken we elkaars werk.

Wat conversatie betreft, dat is een heel moeilijke oefening. Het woord dat wij meestal gebruiken in het Nederlands is « euh ». ’

Wij kijken naar Nederlandstalige tv. Bruzz is heel interessant, hoewel we maar een beetje begrijpen

Als één van jullie twee stopt met de Nederlandse les, stopt de andere dan ook? 

Wij willen Nederlands praten. Wij zullen stoppen als we een goed niveau bereikt hebben.

Liefde op het eerste zicht: Zweedse natuur en poëzie

Tekst, foto’s en vertalingen van Anke Van den Bremt

Z1

Het is zomer. Ik lig op mijn buik op de steiger achterin de half verwilderde tuin van ons roodgeverfde, houten vakantiehuis, laat me drogen in de zon na een zwempartij en kijk in het water. Ik zie de schittering van de zon in het meer, de weerspiegeling van de wolken tegen de blauwe lucht, de torretjes die snel heen en weer bewegen over de waterspiegel. Om mij heen fladderen tientallen, misschien wel honderden insecten: rode en blauwe libellen, vlinders in allerlei kleuren en formaten, en ook de minder geliefde muggen die wel zin hebben in een slokje van mijn bloed. Ze kunnen de pret niet bederven, want hier voel ik mij perfect gelukkig. Het is vakantie, en ik ben in mijn favoriete land: Zweden. Eindelijk vrijheid, eindelijk natuur. Geen natuur zoals in ons eigen volgebouwde landje, waar je nauwelijks enkele kilometers kan afleggen zonder op lelijke huizen of autowegen te stuiten. Echte, ongerepte natuur vind je hier nog, in dit land van uitgestrekte bossen en meren, waar het ’s nachts pikdonker is en je paf staat van de hoeveelheid sterren boven je hoofd, waar je een hele middag in de tuin kan zitten zonder dat er een auto voorbijrijdt of een vliegtuig overvliegt. Hier hoor je alleen het ruisen van de bomen en het kabbelen van de rivier. Hier haal ik opgelucht adem.

Z2

Mijn liefde voor Zweden begon met de taal. Toen ik ongeveer zeventien was, zag ik voor het eerst een film van de bekende Zweedse regisseur Ingmar Bergman, en was verrast door het zangerige taaltje dat tegelijk vreemd en bekend aandeed. Ik herkende hier en daar woorden uit het Nederlands, maar tegelijk was deze taal met haar muzikaliteit en soms bizarre klanken totaal nieuw voor mij. Ik vond de film bovendien zo prachtig dat ik meer van deze regisseur ging bekijken. En al gauw wist ik het zeker: ik wil Zweeds leren!

Na mijn studies Nederlands en Duits besloot ik me nog een extra jaar aan de universiteit te verdiepen in de Zweedse taal en literatuur. Met een vriendin reisde ik naar Stockholm en was meteen verliefd op deze kleurrijke stad, gelegen op een aantal eilanden die met bruggen aan elkaar verbonden zijn. Een stad waar de natuur nooit ver is –  door het water dat overal aanwezig is, de ruime groene stadsgedeeltes, en de mogelijkheid om met de boot de prachtige scherenkust te verkennen. Dit was mijn eerste bezoek aan Zweden, maar er zouden er nog vele volgen. En telkens wanneer ik hier land met het vliegtuig en mijn eerste stappen zet, heb ik het gevoel alsof ik ergens thuiskom. Hier wil ik zijn – of het nu om de bossen van Småland gaat, de rotsachtige eilandjes in de scheren, de korenvelden van het zuidelijke Skåne, of om het mysterieuze landschap op het eiland Gotland met zijn hoge kliffen en rotspilaren.

Z3

Mijn kennis van het Zweedse taal heb ik gebruikt om wat poëzie vanuit deze taal naar het Nederlands te vertalen. Eén van de dichters die ik in ons taalgebied introduceerde, was Harry Martinson, bij ons geen bekende naam maar in zijn thuisland een klassieke schrijver die in de jaren zeventig zelfs de Nobelprijs kreeg. Bij het uitreiken daarvan werd gezegd dat zijn teksten “de dauwdruppel vangen en de kosmos weerspiegelen”. Een goede beschrijving voor de poëzie (en ook het proza) van deze auteur, waarin de natuur een centrale plaats heeft en er zowel aandacht wordt besteed aan het allerkleinste (de wereld van de insecten tussen de grassprieten) als het oneindig grote (de eindeloze oceaan of de kosmos met zijn ontelbare zonnen en planeten). In regels die door hun soberheid en eenvoud soms doen denken aan Chinese of Japanse poëzie, geeft hij een ziel aan ieder onderdeel van de natuur. Zijn verzen komen dan ook meer dan eens in mij op wanneer ik in Zweden bij het water zit of door de weelderige zomerse natuur loop…

‘s Zomers

‘s Zomers tuimelen vlinders tevoorschijn als dromen van licht

Gedachten trekken over bolle wolken van paardenbloemen

en over weiden waar zomers wonen.

Midden in het grasconcert van insecten speelt de spin

op de snaren van alle windstreken

op een alom stralende harp.

Beeld bij het water

Het waterwoud van het riet

ruist met ontelbare wimpels.

Een espenkruin trilt

en zijn levendige bladfluisteringen

zwermen onzichtbaar uit naar het eilandje.

Je kan een vrouw zien baden.

Een fuut zwemt weg. Hij draait zijn kop bijna helemaal om.

Het lijkt wel een kleurrijk vaandel.

Z4

Landschap

Het bos houdt stil bij de rand van de vlakte

om te horen hoe ’s zomers de korenvelden ruisen.

Ze klinken het geligst en zachtst in juni

en midden op de akker ligt een steenhoop.

De zomer hangt buiten zijn zonnelucht uit

en de velden bewegen mooi en glansrijk

in alle richtingen door de geest van de wind.

De gedichten komen uit de bundel “Strandgeruis”, in 2006 verschenen bij Uitgeverij P te Leuven. De foto’s heb ik getrokken tijdens vakanties in Zweden.

Drie keer liefde in het Nederlands 

“Terug tot Ina Damman” is één van de meesterwerken van de Nederlandse schrijver Simon Vestdijk (1808-1971), voor het eerst verschenen in 1934 en een klassieker van de Nederlandse literatuur. Het is het derde deel van een autobiografische cyclus, waarin de auteur terugblikt op zijn jeugd. Het boek, met als ondertitel “De geschiedenis van een jeugdliefde”, gaat over de vroege puberteit van Anton Wachter, alter ego van Vestdijk. Deze periode van zijn leven wordt beheerst door zijn hevige, tot een obsessie uitgroeiende liefde voor een meisje van de school, Ina Damman. Een schooljaar lang loopt Anton iedere dag met haar mee naar het station. Nadat het meisje hem afwijst probeert hij zijn gevoelens voor haar te overwinnen, maar het beeld van Ina zal hem zijn leven lang blijven achtervolgen én inspireren. Een ontroerende en sfeervolle roman over een eerste grote liefde, geschreven met groot psychologisch inzicht.

Leesniveau: logo3

Gepubliceerd bij Nijgh & Van Ditmar.

DoornroosjeDoornroosje tekst

“Doornroosje”, een prinses die door een vloek honderd jaar moet slapen, is een personage uit één van de bekendste westerse sprookjes. Haar enige mogelijke remedie om vroeger

wakker te worden is de liefdeskus van een prins. In Brieven van Doornroosje van de Nederlandse dichter en prozaschrijver Toon Tellegen (geboren in 1941) is die prins naar haar op weg nadat ze al 99 jaar geslapen heeft. Elke dag schrijft hij een brief aan zijn geliefde prinses, waarin hij zich afvraagt hoe het zal zijn als hij op haar kasteel aankomt. Verschillende scenario’s passeren de revue en de gevoelens van de prins zijn nu eens verwachtingsvol, dan weer somber en vervuld van twijfel. Wil hij de prinses eigenlijk wel wakker kussen? Houdt hij echt van haar of beeldt hij zich dat in? En sterker nog: bestaat de prinses wel echt? In 365 grappige, dromerige en filosoferende brieven kan je genieten van Toon Tellegens poëtische vertelstijl die zowel kinderen als volwassenen aanspreekt.

Leesniveau: logo2

Gepubliceerd bij Querido.

‘Hij zucht, gaat zitten, schrijft aarzelend het woord jij en legt zijn pen neer. Liefste, zo voel ik me soms als ik aan mijn zoveelste brief begin. Maar ik ga ermee door, hoe stuntelig ook. Omdat jij deze brieven leest, besta ik. Ik geef je een vochtige kus met de punt van mijn pen.’

Nog niet zelf gelezen, maar zien liggen in de boekenwinkel: een pas verschenen boek met een hele mooie vormgeving, vooral interessant voor wie zowel Engels als Nederlands kent. In Mijn ogentroost, mijn afgrond – Verliefd als Shakespeare kan je op de linkerpagina’s de Engelstalige liefdessonnetten van de grote Shakespeare lezen, terwijl rechts in het boek telkens teksten staan van de Vlaamse auteur Ed Franck (geboren in 1941 en vooral bekend om zijn jeugdboeken) die daar qua sfeer bij aansluiten. Brieven van iemand die verliefd is, maar dan vanuit een hedendaags perspectief.

Met mooie prenten van de Vlaamse illustratrice en stripauteur Judith Vanistendael.

Leesniveau: logo2

Gepubliceerd bij Davidsfonds.

Anke Van den Bremt

Aardige jongens… Over mijn lievelingsboek, “Titaantjes” van Nescio.

Een artikel van Anke Van den Bremt

Anke titaantjes

“Jongens waren we – maar aardige jongens.” Zo begint een verhaal uit 1918 van een Nederlandse schrijver die zich Nescio liet noemen – een pseudoniem dat in het Latijn “ik het weet niet” betekent. Het werd één van de bekendste openingszinnen uit de Nederlandse literatuur.

Ik las dit verhaal voor het eerst toen ik een jaar of zestien was, en meteen twee keer na elkaar. Sindsdien is het werk van deze schrijver deel blijven uitmaken van mijn leven. Toen ik aan de universiteit Nederlandse taal en literatuur studeerde, schreef ik er mijn eindwerk over. Ook daarna bleef ik het boek regelmatig uit de kast halen om fragmenten of soms gewoon enkele zinnen te herlezen.

Want dat is het bijzondere aan deze auteur: hij schreef heel weinig (tijdens zijn leven werden drie kleine bundels met verhalen gepubliceerd, na zijn dood in 1961 kwamen daar nog wat stukjes en dagboekfragmenten bij), maar wát hij schreef is tijdloos. Iedere zin en ieder woord lijkt precies op zijn plaats te staan. Het verhaal “Titaantjes” dateert van honderd jaar geleden, maar is nog altijd heel herkenbaar.

Een wonderlijke tijd

Waarom dan? Misschien omdat het over een periode gaat die we allemaal doormaken in ons leven, een periode waar veel mensen – en ook ikzelf – met wat weemoed aan terugdenken. Het hoofdpersonage van “Titaantjes”, dat Koekebakker heet en een soort alter ego is van de schrijver, haalt hier herinneringen op aan zijn jongensjaren: “Het was een wonderlijke tijd. Als ik er even over nadenk, dan moet die tijd nog voortduren, die duurt zoolang er jongens van negentien, twintig rondloopen. Maar voor ons is hij lang voorbij.” Het is de tijd van de grote vriendschappen, verliefdheden en dromen, wanneer de toekomst nog open ligt en alles nog mogelijk is. Samen met vier Amsterdamse vrienden wil Koekebakker de wereld veranderen maar weet niet goed hoe hij daaraan moet beginnen. “Wat we eigenlijk zouden doen is ons nooit duidelijk geworden. Iets zouden we doen. (…) Eéns waren we ‘t, dat we ‘eruit’ moesten. Waaruit, en hoe? Eigenlijk deden we niets anders dan praten, rooken, drinken en boeken lezen.”

Vlucht in de natuur

Wat ze ook doen, is zwerven door de natuur. Net als de auteur zelf hebben ze daar een heel speciale band mee. Het is een manier om de werkelijkheid van elke dag te vergeten. Als ze kijken naar de zee, de zon die ondergaat, het Hollandse landschap met zijn weiden en koeien, voelen ze zich deel van iets groters. Later op kantoor, waar de meesten van hen met grote tegenzin werken, putten ze daar troost uit. Nescio beschrijft de natuur met een liefdevolle blik, in eenvoudige woorden die tegelijk heel lyrisch zijn. Bijvoorbeeld in deze paragraaf, die wel een klein gedichtje lijkt: ‘De koele wind woei om ons heen. De zee ruischte klagend, de zee die klaagt en weet niet waarom. De zee spoelt verdrietig aan ’t land. Mijn gedachten zijn een zee, ze spoelen verdrietig aan hun grenzen.’

Wij, met z’n vijven

Belangrijk in het verhaal is het contrast tussen “wij” (het groepje vrienden) en “zij”: “We zouden hun wel eens laten zien hoe ’t moest. We, dat waren wij, met z’n vijven. Alle andere menschen waren ‘ze’. ‘Ze’, die niets snapten en niets zagen.” De grote vijanden zijn de “heeren” (in die tijd nog met dubbele e geschreven!): burgermannen die carrière maken en met hun geld macht uitoefenen over de idealistische jongens: “Maar wij waren arm. Bekker en ik moesten ’t grootste deel van onzen tijd op kantoor doorbrengen en doen wat die heeren zeiden en hun domme opinies aanhooren, als ze met elkaar spraken en verdragen, dat zij zichzelf veel flinker en knapper vonden dan ons.”

Dit is één van de centrale thema’s van de schrijver, dat ook in zijn andere verhalen steeds terugkeert: het conflict tussen het burgerlijke leven en het verlangen om hieruit te breken. Omdat “Titaantjes” eigenlijk uit een reeks flashbacks bestaat, weten we al vroeg in het verhaal hoe het met de vrienden is afgelopen. En dat is spijtig genoeg niet hoe ze zelf hadden gehoopt. Want aan het eind zijn de meesten zelf “heeren” en “wijs geworden”. Eén van hen, de schilder van het groepje, blijft trouw aan zijn dromen, maar met hem loopt het nog slechter af: hij wordt gek door zijn obsessie de zon op zijn schilderdoek te willen vangen.

Kleine Titanen

De titel van het verhaal verwijst naar de Griekse mythe over de Titanen, revolterende halfgoden die uiteindelijk worden verslagen. De vriendenkring uit Nescio’s verhalen maakt ook zo’n evolutie door. Ze willen de burger van de troon stoten, voelen zich méér en beter (“toen waren we (…) de uitverkorenen Gods, ja God zelf.”), maar zijn op het eind toch de verliezers. Een zin die hun situatie goed samenvat, is deze: “Wij waren boven de wereld en de wereld was boven ons en drukte zwaar op ons.” Het diminutief uit de titel (“Titaantjes”) maakt duidelijk hoe “klein” deze personages eigenlijk zijn en hoe weinig ze in werkelijkheid doen. “O, wij namen wraak, wij leerden talen, waarvan zij de namen nooit gehoord hadden en wij lazen boeken, waar zij niets van konden begrijpen, wij doorleefden gevoelens waarvan zij het bestaan niet vermoedden.” Het zijn alleen maar dromers, de revolte zit in hun hoofd en ze kunnen hun dromen niet realiseren.

Poëzie en humor

Een beetje een pessimistisch verhaal dus, waarin ook geen spectaculaire dingen gebeuren, maar zo ontzettend mooi verteld. Omdat Nescio niet meedeed met de literaire mode van zijn tijd en een stijl heeft die dicht staat bij de gewone spreektaal, is hij vandaag nog heel goed te lezen. Sommige woorden zijn wel op een archaïsche manier gespeld (bv. “heeren” in plaats van “heren” en “menschen” in plaats van “mensen”), maar hij gebruikt weinig moeilijke woorden en heeft een erg poëtische en vaak grappige manier van schrijven. Een heel persoonlijke mix van nostalgie, romantiek en humor, die je als lezer vaak een beetje triestig doet glimlachen… en daar hou ik wel van.

Nescio’s Verzameld proza en nagelaten werk is gepubliceerd bij Van Oorschot in Amsterdam. Je kan het hier bestellen: https://www.vanoorschot.nl/winkel/verhalen-novellen.html?page=shop.product_details&flypage=flypage_vo.tpl&category_id=40&product_id=22405

Wist je nu maar wat te zeggen …

Wat doe je als je verliefd wordt op iemand die een andere taal spreekt? We interviewden een paar van onze cursisten die romantiek combineren met linguïstiek en besloten om hun relatie een duwtje te geven door de taal van hun partner te studeren.

Angus

INTERVIEW MET GARRY ANGUS

Garry Angus is 31 jaar oud en komt uit Schotland. Hij studeert Nederlands en zit bij mij in de klas. Onlangs is hij begonnen met de module 2.1. Garry is getrouwd met een Nederlandstalige persoon en dat was meteen één van de redenen waarom hij de Nederlandse taal machtig wou worden. Zijn Hollands getinte accentje viel me meteen op en intrigeerde mij. Waar had hij dat opgepikt? En hoe kwam het dat hij al zo goed kon spreken. Een interview.

Kan je iets meer over je echtgenote vertellen?

Zeker. Mijn echtgenote heet Liselotte Veldhuis. Zij behaalde in 2011 haar Ph.D in celbiologie en daarna werkte ze twee jaar als onderzoeker aan de Universiteit van Kaapstad in Zuid-Afrika. Nu werkt ze voor een biotechbedrijf in Heverlee. In haar vrije tijd fietst ze graag en we maken dikwijls samen fietstochten. Ook doet ze aan pilates. In Zuid-Afrika fotografeerde ze veel dieren op safari. Ze komt uit Nederland en woonde in Maastricht voordat ze naar Groot-Brittannië verhuisde.

Waar en wanneer leerde je je echtgenote kennen?

In 2007 begon ze aan haar Ph.D aan de Universiteit van St. Andrews in Schotland. Ik was bijna klaar met mijn Ph.D. We zijn elkaar tegengekomen op een dansavond. We vonden dezelfde muziek leuk.

Spreken jullie thuis Nederlands? Oefen je soms met haar?

Toen we in Vlaanderen aankwamen leerde ik Nederlands met een boek. Ik volgde geen cursus. Mijn vrouw had haar baan nog niet gevonden dus had ze veel meer tijd en we lazen het boek samen. Dat versnelde het proces enorm. Nu probeer ik regelmatig Nederlands te praten met haar. Als ik een verhaal wil vertellen, begin ik vaak in het Nederlands. Maar het lukt niet altijd. Op de dagen dat ik Nederlandse les heb, schrijf ik naar haar in het Nederlands. Ik schrijf af en toe met mijn schoonouders en daardoor hebben we elkaar beter leren kennen. Liselotte en ik kijken soms naar Vlaamse televisieseries zoals “Eigen Kweek”, “Cordon” en “Flikken” met Nederlandse ondertiteling. Ik pauzeer iedere aflevering ruim vijftig keer om de betekenis van de zinnen te snappen. Gelukkig is ze hartstikke geduldig.

Welke taal spraken jullie toen jullie elkaar ontmoetten?

Toen wij elkaar ontmoetten sprak ik geen woord Nederlands dus spraken we Engels.

Je leert Nederlands om met haar Nederlands te kunnen praten, Zijn er nog andere redenen waarom je naar de Nederlandse les gaat?

Eigenlijk was mijn werk aan de VUB een nog grotere motivatie om Nederlands te leren. En ik wou ook minder zenuwachtig in winkels en restaurants zijn.

Spreek je ook Nederlands met haar vrienden en familie?

De andere motivatie was natuurlijk om met haar familie te kunnen communiceren, hoewel ze wel allemaal Engels spreken. Toch vind ik het leuker om met ze te praten in hun eigen taal.

Interview door Frank Vanachter

Vilma

INTERVIEW MET VILMA ACLAN

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

Wij waren op een feestje van gemeenschappelijke vriend. Ik woonde toen al 5 jaar in België. Ik was naar België gekomen om te werken. Ik werkte op de Keniaanse ambassade in Brussel. Toen ik mijn vriend ontmoette, heb ik beslist om hier te blijven.

Ik zag hem eerst van ver en het was liefde op het eerste gezicht. Hij keek naar mij en hij voelde hetzelfde. Eerst hadden we wat oogcontact, later vroeg hij me om te dansen. Ik heb hem mijn nummer gegeven. Hij nodigde me uit om iets te gaan eten. Hij is een echte gentleman. Na drie maanden werden we een koppel. Ondertussen zijn we acht jaar samen en ik ben zelfs nog verliefder geworden.

Hou je van België?

Het is praktisch dat België in het centrum van Europa ligt. Zo is het gemakkelijker om naar andere landen te gaan. Wij hebben al veel landen bezocht.

Het is leuk dat je hier met de auto op reis kan. In de Filippijnen moet je alles met het vliegtuig doen. Het is immers een eilandengroep.

Hier moet je niet getrouwd zijn om samen te wonen met een man. Dat vind ik heel positief. Mijn vriend is zeer georganiseerd en op tijd. In de Filippijnen is dat toch anders. Ik vind dat leuk. Filippijnse tijd is altijd twee uur later.

Mijn vriend komt uit Zolder. Het is helemaal anders dan in Brussel. Zo rustig. Ik zou Brussel er niet voor willen ruilen. Ik hou van de stad. Er is altijd iets te doen! Met de ouders van mijn vriend spreek ik Nederlands. Ze kunnen wel Engels, maar wij spreken liever Nederlands.

Ik heb veel Nederlandstalige vrienden. Wij drinken samen koffie en we proberen Nederlands te spreken. Veel vriendinnen van mij zijn ook getrouwd met een Belgische man. We spreken samen af, alleen de vrouwen! Gezellig koffie drinken en samen Filippijns eten. Ik heb ook goede ervaringen met de vrienden van mijn man. Iedereen is echt supervriendelijk hier.

Zijn er dingen die je mist?

De zon! In de Filippijnen hebben we maar twee seizoenen: droog en regen. Maar het is altijd warm, ook als het regent. Ik ben de kou nu wel al een beetje gewend. Ik vind de winter eigenlijk wel leuk, want dat kende ik niet.

Wij eten hier Filippijns. Het eten is daar beter dan hier, maar dat is geen probleem. Ik kan koken en mijn man kan het ondertussen ook. Vis is mijn favoriete eten. Ik heb geluk dat hij niet klaagt over de stank. Jullie eten altijd aardappelen. Ik hou meer van rijst. Alleen frietjes vind ik lekker, maar alle andere soorten aardappelen eet ik niet zo graag. Ik werk in een hotel en daar eten ze altijd aardappelen. Elke dag!

Ik hou contact met mijn familie via Viber en Skype. We gaan één keer per jaar op bezoek in de Filippijnen. Ik mis mijn familie erg, maar gelukkig heb ik een goede relatie met mijn schoonouders. Ze zeggen altijd dat ik zo’n mooie zwarte haren heb.

Overweeg je om met hem naar de Filippijnen te verhuizen?

Misschien, hij wil graag naar de Filippijnen gaan. Hij denkt dat het daar veiliger is. Hij houdt van het weer en het eten daar. Hij vindt de Filippijnen supervriendelijk. Hij wil graag in een huis aan de zee wonen.

Wat vind je van de Belgische kust?

Het is oké, maar niet om te zwemmen. Het water is zo koud. Maar we gaan er soms om te wandelen. Zijn ouders hebben een huis in Koksijde dus gaan we vaak naar de zee. In de Filippijnen kan je altijd zwemmen en duiken. Het is supermooi om te snorkelen in de koraalriffen.

Zijn er Belgische dingen die je zou missen mocht je in de Filippijnen wonen?

Ik vind het leuk dat er altijd leven rondom mij is en dat er veel te doen is. Maar wanneer ik ouder word, zal ik misschien de rust van de Filippijnen meer appreciëren. Het maakt me niet uit waar ik woon, als ik maar bij de liefde van mijn leven kan zijn.

Spreken jullie altijd Nederlands met elkaar?

Wij spreken altijd Nederlands thuis, sinds ik in 2.1 zit. Engels is verboden. Als ik in het Engels spreek, zegt hij ‘ik versta je niet!’ Daarom moet ik ook Nederlands leren. Hij corrigeert altijd mijn fouten. Op taalgebied is hij heel strikt, ook mijn Engels corrigeert hij. Mijn vriend is altijd trots op mij als ik Nederlands praat tegen andere mensen. Ik vind het ook heel leuk om babbeltjes te kunnen slaan in de supermarkt of bij de slager.

Ik vind Nederlands een mooie taal. Het is helemaal anders dan mijn taal, misschien zelfs mooier. Hij kent ook een beetje Filippijns. Yabo is ‘schatje’. We noemen elkaar zo, of baby.

Wat zijn jullie hobby’s samen?

Wij houden van films kijken. We gaan soms vliegen boven Antwerpen of Limburg, of verder naar het zuiden van Europa. Hij is piloot. Ik was zijn eerste passagier nadat hij zijn vliegbrevet gehaald had. We doen veel dingen samen.

Elk jaar viert hij mijn verjaardag op een speciale manier. Dit jaar was Mallorca mijn cadeautje. We hebben er twee eilanden bezocht.

Ik kijk altijd Koreaanse series als ik alleen thuis ben. Ik ken geen Belgische series. Wij hebben geen tv. Wij genieten liever van de rust en van elkaar. Hij wil ook liever positieve dingen zien dan alle problemen in de wereld. Hij is nooit langer dan drie minuten triest. Hij is superpositief ingesteld. Daarom hou ik van hem.

Interview door Sophie Delcroix

Hemels Brussel

Brussel en ‘Liefde op het eerste gezicht’, het lijkt een wat onwennige combinatie. De stad is voor velen een ‘acquired taste’, zoals de Engelsen het met veel zin voor diplomatie verwoorden.  Maar daarin ligt net het onmiskenbare charme van deze grootstad: wie de moeite neemt om te grasduinen wordt beloond met ontwapenende schoonheid.

Een hoek omdraaien of een straat inslaan: in Brussel is het letterlijk een andere wereld binnenstappen. Het allegaartje van gemeenten en gehuchten, die doorheen hun geschiedenis met elkaar vergroeid zijn, weet de bezoeker keer op keer te verrassen.

Wie niet de tijd of energie heeft om een forse wandeling te maken, kan misschien digitaal gaan gluren in het verleden van onze hoofdstad. Dankzij Bruciel/Hemels Brussel kan je aan de hand van een luchtfoto zien hoe de stad er in de jaren 30, 50 en 70 uitzag, en zo je favoriete hoekjes herbekijken in een heel ander licht!

Ik wens je alvast een heel prettige wandeling op http://gis.irisnet.be/bruciel/#

Hans Smet/ Bron foto’s: irisnet.be

Het lichtfront

logo2

In het najaar van 2014 organiseerde de provincie West-Vlaanderen het Lichtfront: een herdenking van de frontlijn zoals die tot stand kwam in oktober 1914. Van Nieuwpoort tot aan het “Memoriaal to the Missing” in Ploegsteert stonden 8400 vrijwilligers die elk een fakkel droegen. Deze lijn van licht liep over een afstand van 84 km.

Vele vrijwilligers hadden zich ingeschreven omdat ze een familielid hadden dat in de oorlog gestorven was, dat er gevochten had of omdat ze zich verbonden voelden met de streek en haar geschiedenis. De Eerste Wereldoorlog heeft een diepe impact gehad op de Westhoek en is ook nu nog steeds zichtbaar aanwezig in het landschap en in de kerkhoven waar rode klaprozen het wit van de graven een beetje kleur geven.

In verschillende gemeenten die een belangrijke historische rol gespeeld hadden tijdens de oorlog, werden kunstwerken met vuur getoond. Politici, kunstenaars en ook de koninklijke familie woonden de plechtigheden bij. De oudste dochter van koningin Mathilde las een zelfgeschreven tekst voor bij de Menenpoort.

Tijdens het Lichtfront werd ook een lijst getoond van 600.000 namen van slachtoffers die gevallen zijn in België. Het was een hommage aan de vele doden die geprojecteerd werd op drie belangrijke gebouwen in de Westhoek: het Albert-I monument in Nieuwpoort, de Ijzertoren in Diksmuide en de Belforttoren in Ieper.

Het was een ontroerende evocatie van een gruwelijke periode. Laten we hopen dat het licht ons hoofd helder en ons hart puur houdt, dat het ons nooit doet vergeten welke horror een oorlog teweegbrengt, 100 jaar geleden net zo goed als nu.

Leen De Beuckelaere

bron: www.gonewest.be

De dingen waar we van houden …

COUCHSURFING

De kunst van niets verwachten

duitsers op bezoek

Nieuwe ideeën en avontuur, een leuke afwisseling in het dagelijkse leven en op reis gaan in je eigen huis… klinkt dat niet fantastisch? Bovendien is het helemaal gratis én je helpt er anderen mee.

logo2

Mijn vriend en ik hebben een heel leuk appartement in het centrum van Gent. We hebben een grote woonkamer en drie slaapkamers. We maakten ons al dikwijls de bedenking dat het zonde was om die leeg te laten staan, terwijl er elke dag zoveel mensen op zoek zijn naar een slaapplaats.

Het idee van couchsurfing moest echter nog rijpen. Het was pas toen we naar Australië wilden reizen en de hotels er zo vreselijk duur bleken, dat we ons ingeschreven hebben op de website. Het couchsurfingavontuur in Australië is nooit echt van de grond gekomen, maar het idee om zelf mensen een slaapplaats aan te bieden was geboren!

Een tweetal maanden later kreeg ik een eerste aanvraag: een Portugese jongeman die vroeg of hij diezelfde avond mocht komen slapen. Het was wat overhaast, maar ik ging ervan uit dat het een noodgeval was dus liet ik hem langskomen. Een uur later maakten we kennis met een 19-jarige afgepeigerde jongeman, overladen met spullen. Hij had al zijn bezittingen in Portugal weggegeven en was de wereld rondgetrokken op zoek naar inspiratie en zingeving. Zijn eerste weken waren erg tegengevallen: hij was al bestolen en had al meerdere keren buiten geslapen. Uiteindelijk is hij drie weken bij ons gebleven. Hij was een hele lieve jongeman met een positieve ingesteldheid en mooie dromen. Ook bleek hij bijzonder muzikaal te zijn en kon hij goed met dieren opschieten. Onze kat sliep steeds bij hem op de kamer en toen hij vertrokken was, was het beestje bijzonder sip.

We maakten een atypische start met een atypische couchsurfer, maar zijn opvolgers waren elk op hun manier even interessant en inspirerend. Er was een meisje dat studeerde voor psychologe en een vijfdaags congres in Gent wou volgen. Ze wou ons graag bedanken en ze nodigde ons uit voor een etentje in een restaurant dat we niet kenden. Het was supergezellig en heel erg lekker en ondertussen is het één van onze favoriete plaatsjes. Later hebben we er nog een pas getrouwd Amerikaans koppel mee naartoe genomen. Zij hadden hun eigen bedrijf in grafische vormgeving opgestart, ze reisden de wereld rond en werkten elke dag een vijftal uurtjes vanop hun laptop. Ooit kregen we drie energieke Nederlandse meisjes op bezoek. Ze hadden net gefietst van Leuven naar Gent en meteen begonnen ze te koken. In geen tijd hadden we eten en voor we het beseften was de afwas gedaan. Nog nooit zo’n teamwork gezien! Na een Belgisch biertje vielen ze echter vrijwel meteen in slaap in de zetel 

Verder huisvestten we al Duitse studenten op zoek naar een kot en een Tsjech die in België kwam werken maar nog geen appartement had. Veel surfers komen naar Gent voor een korte citytrip in het weekend of ze blijven hier logeren omdat ze naar een evenement willen gaan. Natuurlijk zijn we tijdens de Gentse Feesten ook populair: we hebben altijd iemand om mee op stap te gaan en geen twee avonden zijn dezelfde.

Ook na het couchsurfingavontuur blijven we in contact met onze surfers. We schrijven iets moois over elkaar als referentie op de website en worden vrienden op facebook. Zo volgen we elkaars avonturen en zit er een leuke dynamiek en veel diversiteit in onze newsfeed. Ondertussen zijn mijn vriend en ik ook al uitgenodigd in Portugal, Albanië, Italië, Frankrijk, Servië, Tsjechië, de VS, Duitsland, Nederland en… Hasselt.

Start gewoon met de intentie van zomaar iets te geven, dat geeft al een super gevoel. Als je niets verwacht, is elk klein gebaar een leuke extra. De tijd met je couchsurfers vliegt voorbij en wanneer ze vertrekken heb je een rijke vriendschap opgebouwd, nieuwe gerechten leren kennen en je cultuur verbreed. En het is uiteraard een prima manier om je talen te oefenen!

Praktisch

-          Om te couchsurfen moet je een gratis profiel aanmaken op www.couchsurfing.org.
-          Je kunt zelf kiezen of je alleen wil couchsurfen, alleen gasten wil ontvangen (hosten) of beide.
-          Het is de bedoeling dat mensen gratis bij jou mogen komen logeren.
-          Wanneer je een verzoek krijgt, kan je dat steeds weigeren.
-          Bekijk eerst het profiel en de referenties van potentiële surfers of hosts.
-          Wie veel positieve referenties heeft, heeft veel surfers. In het begin krijg je daarom misschien weinig aanvragen, maar je kan ook zelf mensen uitnodigen die op zoek zijn naar een slaapplaats in jouw stad.
-          Lees de richtlijnen en de raadgevingen op de site.

Sophie Delcroix

E-zine CVO BEC © 2017 Frontier Theme